WP0: Divers talent voor een brede toekomst

WP0: Divers talent voor een brede toekomst

  • Post by:
  • 9:01AM mrt 27, 2018
  • Comments off
Onderzoekers:

Dr. P. Russo

Nikhef

Email: russo@strw.leidenuniv.nl

Dr. N. van Bakel

Nikhef

Email: nielsvb@nikhef.nl

Dr. G. Janssen

Nikhef

Email: janssen@astron.nl

Prof. K. Jungmann

Nikhef

Email: k.h.k.j.jungmann@rug.nl

Tagline: Evidence-based onderzoek naar het effect van tutoring op de STEM-interesse basisschoolkinderen uit lage SES-gezinnen.

Voorstel:

Tagline: Evidence-based onderzoek naar het effect van tutoring op de STEM-interesse basisschoolkinderen uit lage SES-gezinnen.

Voorstel:

Wetenschap en technologie zijn belangrijke thema’s in de maatschappij. Er wordt steeds meer aandacht besteed aan het overbrengen van enthousiasme voor STEM (Science, Technology, Engineering & Math) op jonge kinderen. Maar niet alle kinderen worden even goed bereikt: veel STEM-activiteiten sluiten (al dan niet onbewust of onbedoeld) bepaalde groepen kinderen buiten (Kneepkens et al, 2011). Uit recente onderwijs-gegevens blijkt dat veel activiteiten binnen STEM juist de kloof tussen kinderen met arme en rijke achtergrond vergroot, zie onder andere PISA 2015 (OECD, 2016).

Het is belangrijk dat kinderen gelijke kansen krijgen en dat toekomstig wetenschaps-talent niet verloren gaat. Daarom richt dit onderzoek zich op het verkleinen van de kloof door de STEM-interesse van kinderen met lage SES-afkomst te stimuleren. Recent onderzoek laat zien dat de onderwijskloof tussen achtergronden kan worden aangepakt met een beperkt aantal methoden. Tutor-werking, waarin kinderen in kleine groepen voor langere tijd worden begeleid buiten school, een succesvolle en bewezen aanpak blijkt (Dietrichson et al, 2017). Kinderen presenteren beter op school in alle vakken.

In dit project implementeren we een randomized-controlled trial waarin basisschoolkinderen uit groep 7 in kleine groepen een tutor krijgen toegewezen. De tutor zal op gestructureerde manier de kinderen helpen met al hun huiswerk, buiten school. We meten of een tutor met een STEM-achtergrond, interesse voor STEM bij de kinderen blijvend kan vergroten in vergelijking met tutoren zonder deze STEM-achtergrond, zonder dat de mentor zich tijdens de bijeenkomsten specifiek op STEM-vakken richt. De verwachting is dat STEM-interesse van de tutor door het persoonlijke contact toch de kinderen positief zal beïnvloeden. De interesse zal worden getest voor, direct na en een jaar na de interventie.

Om de interesse van de kinderen te meten zal een instrument worden ontwikkeld dat aansluit bij het begrip en de taal van de deelnemende kinderen. De test wordt ontwikkeld op basis van bestaande geverifieerde instrumenten in het Engels. Door met de doelgroep in Nederland over de onderwerpen te praten zal aan de hand van hun eigen taalgebruik een instrument worden opgesteld, dat zal worden gevalideerd, ook voor verder onderzoek buiten dit project.

Naast deze kwantitatieve gegevens uit de randomized controlled trial, gebeuren er ook semi-gestructureerde interviews met een steekproef van de leerlingen, tutoren, ouders én leerkrachten van de leerlingen om zicht te krijgen op dieperliggende mechanismes die ten grondslag liggen aan interesse en carrièremogelijkheden in STEM.

Implementatie:

Fase 1: Opstartende fase. Het gestructureerd in kaart brengen van bestaande kennis op het gebied van de onderwijs en interesse-kloof in STEM. Het instrument om de interesse te meten zal worden ontwikkeld en gevalideerd. Tutoren en deelnemende leerlingen worden geselecteerd.

Fase 2: Na de pre-test volgt de tutorperiode en een post-test. De data wordt geanalyseerd en aangevuld met kwalitatief onderzoek.

Fase 3: Een jaar na de eerste post-test wordt de interesse nogmaals gemeten. Ook dit wordt geanalyseerd en aangevuld met kwalitatief onderzoek.

Literatuur:

Kneepkens B, Van der Schoot F, Hemker B. (2011). Balans van het natuur­ kunde­ en techniek­ onderwijs aan het einde van de basisschool. PPON-reeks nummer 43 Periodieke Peiling van het Onderwijsnivea, Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling 2011.

Dietrichson, J., Bøg, M., Filges, T., & Klint Jørgensen, A. M. (2017). Academic interventions for elementary and middle school students with low socioeconomic status: A systematic review and meta-analysis. Review of Educational Research, 87(2), 243-282.

OECD (2016). PISA Results (Volume ): Excellence and Equity in Education. Paris: OECD.

Implementation:

Fase 1: Opstartende fase. Het gestructureerd in kaart brengen van bestaande kennis op het gebied van de onderwijs en interesse-kloof in STEM. Het instrument om de interesse te meten zal worden ontwikkeld en gevalideerd. Tutoren en deelnemende leerlingen worden geselecteerd.

Fase 2: Na de pre-test volgt de tutorperiode en een post-test. De data wordt geanalyseerd en aangevuld met kwalitatief onderzoek. Fase 3: Een jaar na de eerste post-test wordt de interesse nogmaals gemeten. Ook dit wordt geanalyseerd en aangevuld met kwalitatief onderzoek.

Literature:

Kneepkens B, Van der Schoot F, Hemker B. (2011). Balans van het natuur­ kunde­ en techniek­ onderwijs aan het einde van de basisschool. PPON-reeks nummer 43
Periodieke Peiling van het Onderwijsnivea, Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling 2011.

Dietrichson, J., Bøg, M., Filges, T., & Klint Jørgensen, A. M. (2017). Academic interventions for elementary and middle school students with low socioeconomic status: A systematic review and meta-analysis. Review of Educational Research, 87(2), 243-282.

OECD (2016). PISA Results (Volume Ⅰ): Excellence and Equity in Education. Paris: OECD.